Invulling en vormgeving van de afscheidsviering / uitvaartdienst.

De geschiedenis
Van oudsher werd de invulling en vormgeving van de afscheidsviering of uitvaartdienst door de kerk verzorgd. Vooral de katholieke kerk heeft een rijke rituele traditie. In de 2e helft van de ’60 jaren kwam hierin verandering. Er vonden allerlei maatschappelijke ontwikkelingen plaats zoals de ontkerkelijking, individualisering en democratisering. Het gevolg was dat een groeiend aantal mensen zich niet meer thuis voelden bij de traditionele kerkelijke uitvaartrituelen.
Men keerde zich van de kerk af en de uitvaarten werden kaal en kil.
In de ’80 jaren kwam men tot inkeer. Er bleek toch behoefte te zijn aan rituelen. Rituelen hebben namelijk een belangrijke functie. Men is op zoek gegaan naar nieuwe rituelen.

Functie van rituelen
Rituelen zijn min of meer vaste handelingspatronen die een symbolische betekenis hebben. Rituelen horen bij ons leven. We kunnen niet zonder, het zou ons leven in de war sturen. Rituelen geven ons leven houvast en de mogelijkheid in handelingen uit te drukken wat we beleven, wat ons ten diepste raakt en wat ons rust geeft en wat niet onder woorden te brengen is.
Rituelen zijn een hulp bij een nieuwe levenservaring, ze helpen de mens om van de ene levensfase in de andere te komen. Om grenzen te overschrijden om verder te kunnen gaan.
Ze kunnen helpen om orde in de chaos te scheppen die bij een (plotseling) afscheid vaak wordt ervaren.
Rituelen reiken nabestaanden een patroon aan om om te gaan met de diepste emoties en de eigen verwarring,  en kunnen ook de band onderling verstevigen.
Rituelen roepen gezamenlijkheid op.

De kenmerken van nieuwe rituelen zijn, dat ze persoonlijk moeten zijn, warm, dat de nabestaanden actief betrokken zijn.

Uitgangspunten
In de praktijk van het gebruik van uitvaartrituelen zijn er twee belangrijke uitgangspunten:

–    De INHOUD, wat willen de nabestaanden tot uiting brengen?
–    DE VORM, hoe willen zij dat doen?
DE INHOUD, wat willen de nabestaanden tot uiting brengen?
De rode draad, het centrale vertrekpunt, is steeds het levensverhaal van de overledene. Met daarbij de vragen:
–    Wie was de overledene als persoon, met wie voelde hij/zij zich verbonden en wat betekende hij/zij voor hen.
–    Wat was zijn/haar levensovertuiging, uit welke bron putte hij/zij, waaraan ontleende hij/zij zijn/haar energie en inspiratie.
DE VORM, hoe willen de nabestaanden het tot uiting brengen?
Het levensverhaal is het centrale vertrekpunt, dit kan thema’s opleveren en concreet gemaakt worden door voorwerpen (symbolen), woorden (symbooltaal) en gebaren (symboolhandelingen).
Soms gaat het om rituele elementen in een dienst en soms is het ritueel een centraal punt waar alle onderdelen aan worden opgehangen.
Soms gaat het om een kerkelijke viering met al dan niet eigentijdse elementen en soms gaat het om een auladienst in een crematorium of een bijeenkomst op een alternatieve locatie met een geheel eigen invulling.
De inhoud gaat steeds vooraf aan de vorm en is ook het belangrijkste verschil met de oude rituelen. Er wordt b.v. nog steeds veel gebruik gemaakt van een lichtritueel als vorm. De betekenis kan echter heel verschillend zijn.
Het gaat erom wat optimaal aansluit bij het levensverhaal van de overledene in al zijn/haar facetten. Het gaat erom steeds de verbinding te maken met dit levensverhaal.
De levensbeschouwing
Het meenemen van de levensbeschouwing is niet altijd even gemakkelijk omdat er veel nuances gekomen zijn in levensbeschouwingen en omdat het als een privéaangelegenheid wordt gezien. Er is geen eenduidigheid meer. Levensbeschouwing hoeft niet altijd een godsdienstige achtergrond te hebben maar kan ook duiden op hoe mensen in het leven staan. Het betrekken van de levensbeschouwing kan een verdieping betekenen in de afscheidsviering.
Rituele momenten
Het gaat bij uitvaartrituelen niet alleen om de uitvaartdienst of afscheidsviering. Er zijn juist allerlei rituele momenten die eraan vooraf gaan b.v. de laatste verzorging, de opbaring, het in de kist leggen van de overledene, het sluiten van de kist. Ook hier is de intentie waarmee het gebeurt heel belangrijk.
Het houdt niet in dat alles door de nabestaanden moet worden gedaan. Het gaat er om een bewuste, weloverwogen keus te maken.
Voorbeelden
Iedere aanwezige neemt één bloem mee die symbool staat voor de betekenis die de overledene voor hem/haar heeft. Samen vormen de bloemen één boeket (teken van verbondenheid).
Lichtritueel met kaarsen, de kaarsen kunnen symbool staan voor specifieke eigenschappen of kwaliteiten van de overledene. Of ze kunnen symbool staan voor verschillende fasen uit zijn/haar leven of verschillende rollen die hij/zij vervuld heeft.
Het kan ook symbool staan voor warmte en liefde of voor licht in donkere dagen.

We kunnen uitkomen op een thema met een persoonlijk symbool die als rode draad door de hele de viering / dienst loopt.

De natuur, de oerelementen (aarde, water, vuur en lucht), de kringloop der dingen en de seizoenen zijn een inspiratiebron voor uitvaartrituelen.

In muziek kan veel uitgedrukt worden, en ook in Stilte.

Vaak worden woorden gebruikt in de vorm van een persoonlijke overweging, een verhaal of gedicht.

Bron: Wilma van Baarsen, uitvaart – en ritueelbegeleidster bij uitvaartonderneming Wilma van Opstal.

CategoryAanbevolen
Schrijf een reactie:

Uw e-mailadres wordt niet getoond

2015 © Copyright Wilma van opstal | Sitemap | Realisatie bij Communicado

Tel:        076-5201799